Blok 3
KEN JE PUBLIEK!
In dit blok delen we hoe wij naar onze doelgroep kijken: hun behoeften, vaardigheden en dagelijkse situatie. Zo kun je activiteiten ontwerpen die in de praktijk echt werken.
BEGIN BIJ JEZELF: CAPACITEIT EN MIDDELEN
Voordat je een mogelijke doelgroep analyseert, moet je eerst je eigen capaciteit in kaart brengen. Wat zijn je sterke punten? Welke onderwerpen liggen professioneel en persoonlijk dicht bij je? Over welke onderwerpen kun je met vertrouwen spreken? Met welk type doelgroep heb je ervaring? Heb je ervaring met lesgeven? Misschien voel je je prettiger bij een-op-een-gesprekken of bij andere werkvormen. Niet elke begeleider kan met elke doelgroep werken. Daarom is het belangrijk dat je zicht hebt op de middelen die je tot je beschikking hebt, zoals tijd, kennis, technische ondersteuning, ruimte, communicatiekanalen en mankracht. Het is ook belangrijk om te zien waar samenwerking met anderen mogelijk is. Samenwerking helpt je om doelgroepen te bereiken die anders lastig toegankelijk zijn.
DIRECTE EN INDIRECTE DOELGROEP
Bij het plannen van een activiteit is het belangrijk onderscheid te maken tussen de directe en indirecte
doelgroep.
- De directe doelgroep bestaat uit mensen die je rechtstreeks aanspreekt en betrekt bij een specifieke bijeenkomst of activiteit.
- De indirecte of intermediaire doelgroep bestaat uit mensen die voordeel hebben bij dit proces, maar die je niet rechtstreeks aanspreekt.
materialen of lessen bedoeld zijn de indirecte doelgroep. Om de leerlingen te bereiken, moet je eerst de leraren aanspreken en betrekken. Is de doelgroep juist jongeren, dan kan een samenwerking met jeugdcentra of plekken waar jongeren al samenkomen een effectieve oplossing zijn. In dat geval bestaat de directe doelgroep uit de leden van het centrum, maar in bredere zin ook uit de hele lokale jongerengemeenschap. Dit onderscheid helpt je om communicatiekanalen en samenwerkingspartners nauwkeuriger te bepalen. Het kan ook nuttig zijn wanneer je nadenkt over manieren om een bredere community op te bouwen, te laten groeien en duurzaam te houden. Bij community building kan de directe doelgroep je basis zijn, terwijl een toekomstig doel van je activiteiten rond AI-geletterdheid (of andere thema’s) kan zijn om ook je indirecte doelgroep te betrekken. Benut de sterke punten en kansen van de online aanwezigheid van mensen uit je gemeenschap om te laten zien wat je doet. Zo kunnen bredere doelgroepen binnen de gemeenschap blijven leren over AI en de creatieve mogelijkheden ervan.
BEGRIJP DE BEHOEFTEN VAN JE PUBLIEK
Als bibliothecarissen werken we met de vragen, behoeften en leefwereld van de mensen voor wie we er zijn. Dat houdt bibliotheekwerk met beide voeten op de grond en voorkomt dat je abstracte programma’s ontwikkelt zonder duidelijke connectie met de praktijk. Bibliotheekmedewerkers ontmoeten dagelijks lezers en bezoekers van activiteiten. Begin daarom bij eenvoudige interacties: knoop een gesprek aan, observeer en verzamel feedback op de activiteiten die je bibliotheek al aanbiedt. In deze gesprekken onderzoek je de doelen en drijfveren van je lezers: hun gewoontes, uitdagingen of onvervulde behoeften en hoeveel tijd en betrokkenheid ze willen investeren. Deze fase is essentieel. Ze voorkomt verkeerde aannames en bouwt vertrouwen op.
De volgende stap is een meer gestructureerde aanpak. We adviseren je om een profiel van mogelijke deelnemers te maken met een van de methoden uit de sectie “Printmateriaal” van de methodiek, bijvoorbeeld het “Personaprofiel”. Als de activiteit gepland is voor een groep van maximaal 20 mensen, kunnen profielen van 3 tot 5 deelnemers al een goed beeld geven van met wie je werkt. Deze profielen kunnen daarna groepen mensen vertegenwoordigen met gedeelde kenmerken, behoeften en motivaties. Door deze profielen te groeperen, kun je je communicatie beter laten aansluiten en meer gerichte werkvormen kiezen. Individuele deelnemers kunnen veranderen, maar de persona blijven stabiel. Zo kun je groeien en aanpassen zonder je focus te verliezen.
Voer daarna een gerichte enquête (zie “Printmateriaal”) uit binnen je groep. Bij AI-geletterdheid helpt dit om de verwachtingen, huidige digitale vaardigheden, motivatie en interesses in kaart te brengen. Stem de inhoud en vorm van de enquête af op de leeftijdsgroep en toegankelijkheidsbehoeften. Werk je met senioren of met andere doelgroepen met beperkte digitale vaardigheden, bied dan ook een papieren enquête aan.
ZOEK MEDESTANDERS
Samenwerken met lokale sleutelfiguren, organisaties of belangengroepen maakt het makkelijker om activiteiten te organiseren en vertrouwen op te bouwen. Later in deze methodiek bespreken we community’s. Als je gewenste doelgroep niet vanzelf binnen je eigen instelling aanwezig is, loont het om op zoek te gaan naar nieuwe partners met bestaande, actieve community’s waar je gewenste doelgroep, zoals studenten of lezers, al samenkomen. Dat kan een seniorencentrum zijn, een jeugdcentrum, een kunstenaarscollectief of een andere organisatie.
Een nieuwe gemeenschap betrekken bij activiteiten die al deel uitmaken van je programmering (lees meer in BLOK #5) of samenwerken met lokale organisaties, kan bijvoorbeeld een manier zijn om de gekozen doelgroep sneller en doelgerichter te bereiken. Partnerschap betekent ook dat je ervaringen tussen generaties met elkaar verbindt: je creëert situaties waarin mensen met verschillende leeftijden en ervaringen van elkaar kunnen leren.
WEES FLEXIBEL EN BEREID OM VAN RICHTING TE VERANDEREN
Wanneer je je eigen mogelijkheden beoordeelt, onderscheid maakt tussen directe en indirecte doelgroepen en de resultaten van je doelgroeponderzoek bekijkt, kun je tot de conclusie komen dat eerdere aannames over je toekomstige deelnemers niet kloppen. Dat vraagt om een aanpassing van je activiteitenplan en aanpak. Zie dit niet als een teken van mislukking, maar als een kans om je aanbod aan te scherpen. Door een stap terug te doen en het concept van de sessie opnieuw vanaf nul op te bouwen, kun je uiteindelijk iets ontwikkelen dat beter aansluit bij echte behoeften.
PRAKTIJKERVARING BINNEN HET LIBRA.I.-PROJECT
Tijdens de ontwikkeling van de LIBRA.I.-activiteiten en -werkvormen kregen we de kans om in de praktijk beter te begrijpen wat verschillende doelgroepen nodig hebben op het gebied van AI-geletterdheid. Jonge creatieve makers functioneren bijvoorbeeld al actief op het snijvlak van cultuur, technologie en digitale communicatie. Ze kenmerken zich door hun openheid voor experiment, hun snelle aanpassing aan nieuwe trends en hun sterke aanwezigheid online. Daar wordt kunstmatige intelligentie steeds vaker tegelijk een hulpmiddel en een uitdaging. Hun leerbehoeften gaan daarom niet alleen over hoe je AI gebruikt, maar vooral over hoe je de werking en impact ervan op cultuur, publiek debat en hun eigen werk begrijpt.
Volwassenen die bezig zijn met verhalen vertellen, zijn mensen die hun literaire en taalvaardigheden ontwikkelen, maar tegelijk ook lezers die de bibliotheek zien als een plek voor ontmoeting, gesprek en uitwisseling van ideeën. Deze groep vertrekt vanuit vertrouwen in het geschreven woord, in de autoriteit van de auteur en in de bibliotheek als culturele instelling. Dat beïnvloedt hoe zij inhoud en informatiebronnen ontvangen. Hun behoeften hebben vooral te maken met inzicht in hoe AI het proces van schrijven, redigeren en interpreteren van tekst beïnvloedt. Ook willen zij leren hoe je taalkundige manipulatie, nepnieuws en content die lijkt alsof die door een auteur is geschreven herkent. Educatieve activiteiten voor deze groep moeten inspelen op de behoefte om een kritische en bewuste relatie met tekst op te bouwen.
Senioren met beperkte digitale vaardigheden kenmerken zich daarentegen door beperkte digitale competenties en minder vertrouwen in het gebruik van nieuwe technologie. Door de groeiende hoeveelheid AI-gegenereerde content is deze groep extra kwetsbaar voor desinformatie, manipulatie en digitale fraude, zoals nepnieuws, stem-deepfakes en zorgvuldig opgestelde berichten waarin mensen of vertrouwde instellingen worden nagebootst. AI-geletterdheid bij senioren ontwikkelen betekent vooral: kritisch denken versterken, informatie leren verifiëren en het bewustzijn vergroten dat niet alle digitale inhoud door een mens is gemaakt.
Als je een plan ontwikkelt voor de groep waarmee je in je lessen of activiteiten wilt werken, raden we je opnieuw aan om BLOK #5 te bekijken. Daar vind je onze ideeën over onderwerpen die de moeite waard zijn om met bibliotheekgebruikers te bespreken binnen bestaande workshops. Je hoeft je volledige programma niet vanaf nul op te bouwen. Soms is het voldoende om bestaand materiaal aan te passen aan nieuwe onderwerpen.
Wanneer je de uitdaging aangaat om met jouw specifieke doelgroep te werken, zul je misschien al snel nadenken over de bredere gemeenschap om je heen. Lees meer over community building in het uitgebreide community building plan, dat als bonushoofdstuk aan het einde van dit methodiektraject is toegevoegd.