Interview met Dr. Erkan Gürsoy

Universiteit van Duisburg-Essen

Dr. Erkan Gürsoy werkt bij de afdeling Duits als tweede taal aan de universiteit van Duisburg-Essen (UDE) in Duitsland en is vanaf het begin van het project  als partner bij YLC! betrokken geweest.

Kunt u uw rol en verantwoordelijkheden binnen het "Your Language Counts!" project beschrijven?

Samen met Tobias Schroedler heb ik de leiding van het UDE-team binnen het project op me genomen. Tobias was hoofdzakelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de evaluatie en ik ondersteunde hem daarbij in een adviserende rol. We hebben onze collega Clarissa Diekmann ook geholpen bij het formuleren van de vragen voor de erfgoedtaalleraren. Deze groep is sterk gemarginaliseerd en werkt onder precaire omstandigheden, waardoor het voor onderzoekers altijd een uitdaging is om hen te benaderen. Het was voor mij bijzonder belangrijk om op een gevoelige en waarderende manier inzichten te verkrijgen. Mijns inziens zijn we daar behoorlijk goed in geslaagd.

Onze tweede belangrijke taak was [het samenstellen van] het handboek. Tatjana Atanasoska nam hier de leiding in het redactiewerk en ik vervulde wederom een adviserende rol.

Daarnaast waren we verantwoordelijk voor de organisatie van de YLC-conferentie, waarbij ik zeer actief betrokken was.

Wat was voor jou een bijzonder memorabel moment in het project?

Ik was bijzonder onder de indruk van de bereidwilligheid van de erfgoedtaalleraren om aan dit project deel te nemen, ondanks hun aanvankelijke reserveringen. De interviews lieten zien dat we erin geslaagd waren deze unieke groep een stem te geven. Nadien ontvingen we ook zeer positieve feedback van de leraren over de interviews die echt bijzondere momenten waren.

Een ander hoogtepunt van het project was de YLC-conferentie. Het was geweldig om het projectteam bij elkaar te hebben en de leraren persoonlijk te ontmoeten. Vooral de eerste ontmoeting in Uppsala in januari 2024 heb ik zeer gewaardeerd, evenals de bijeenkomst in Athene in mei 2025. Ter plaatse konden we kwesties veel intensiever bespreken en diverse vragen verduidelijken die soms lastig te beantwoorden zijn tijdens onze online vergaderingen.

Wat beschouwt u als de grootste successen van het project?

Ik heb hier altijd gemengde gevoelens over. Enerzijds heeft het project bijgedragen aan de transnationalisering van het landschap van erfgoedtaalonderwijs, met name wat betreft specifieke vormen van erfgoedtaal. Aan de andere kant bleek ook dat sociale ongelijkheden binnen Europa een transnationaal karakter hebben. Alle leraren werken onder uiterst precaire omstandigheden, zelfs op plaatsen waar erfgoedtaalonderwijs reeds goed is ingeburgerd.

De resultaten van de studentenenquête waren echter zeer positief. Ze laten zien dat leerlingen deze leeromgeving zeer waarderen en dat hun gevoel van welzijn in erfgoedtaalonderwijs enorm is. Voor mij hangt dit samen met het feit dat erfgoedtaalonderwijs de enige context is waarin meertalige kinderen als meertalige personen worden beschouwd.

Welke mijlpalen zijn bereikt?

Ik ben van mening dat het Goethe-Instituut Zweden een belangrijke mijlpaal heeft bereikt door erfgoedtaal in hun werk op te nemen. Dit weerspiegelt een nieuw opkomende interesse die verder gaat dan alleen het onderwijzen van vreemde talen. Tegelijkertijd wordt hiermee waardering uitgesproken voor gemarginaliseerde migrantentalen. Dit perspectief toont een duurzame toekomstvisie voor het Goethe-Instituut – een visie die belangstelling toont voor hedendaagse vraagstukken. Ik zie dit als een mijlpaal in de Europese ontwikkeling van het Goethe-Instituut, waarbij de Zweedse vestiging een pioniersrol vervult. Ik hoop dat deze verschuiving in het denkkader zich voortzet op andere locaties van het Goethe-Instituut en in de internationale promotie van het Duits.

Verdere mijlpalen zijn onder meer alle materialen die in het kader van het project zijn geproduceerd, zoals het handboek, de roadmap en het platform voor leraren. Dit zijn belangrijke resultaten op transnationaal niveau met betrekking tot erfgoedtaalonderwijs. Ik ben ervan overtuigd dat alle landen baat hebben bij deze uitwisseling, ook landen waar erfgoedtaalonderwijs al goed is ingeburgerd.

De "Your Language Counts!" conferentie vond eind januari plaats aan de Universiteit van Duisburg-Essen. Hoe verliepen de voorbereidingen en het evenement zelf? Wat was jouw persoonlijke hoogtepunt?

Een persoonlijk hoogtepunt was het samenkomen in een gedeelde ruimte – vooral met de leraren, maar ook met het projectteam. De voorbereidingen en de uitvoering van het evenement waren intensief, maar alles is zeer goed verlopen. Helaas waren er minder deelnemers dan verwacht, maar tijdens de conferentie merkte ik dat de leraren daar juist heel blij mee waren. De workshops vonden plaats in kleinere groepen, waardoor men intensiever kon werken en ideeën beter uitgewisseld konden worden.

Welke impact kan "Your Language Counts!" in de toekomst hebben, of welke impact hoopt u te bereiken?

"Your Language Counts!" is een Europees project – een Europees initiatief met Europese uitwisseling. Ik denk dat het niet alleen nuttig is om binnen de eigen nationale context te denken, maar ook binnen deze bredere Europese ruimte.
Ik hoop, en ik ben ervan overtuigd, dat het in de toekomst belangrijk zal zijn om voortdurend gebruik te blijven maken van een dergelijk Europees project. De komende vijf tot tien jaar zal "Your Language Counts!" dienen als referentiepunt en middel voor de verdere ontwikkeling van erfgoedtaalonderwijs in de deelnemende landen en in heel Europa.

Hoe heeft "Your Language Counts!" het publieke bewustzijn van erfgoedtaal en erfgoedtaalonderwijs beïnvloed? Hoe kan dit worden voortgezet en hoe kan erfgoedtaalonderwijs verder worden ondersteund?

Ik beantwoord deze vraag het liefst op basis van de interviewgegevens en in samenhang met de feedback van de leraren. Erfgoedtaalonderwijs blijft gemarginaliseerd en het zou een illusie zijn om te geloven dat het project op zichzelf universele waardering voor erfgoedtalen of migrantentalen heeft gecreëerd. Ik geloof dat het een voortdurende uitdaging zal blijven om steeds weer argumenten aan te dragen die het voortbestaan van erfgoedtaalonderwijs op de lange termijn garanderen.

Wat erfgoedtaalonderwijs betreft, wil ik verwijzen naar uitspraken van leraren die van mening waren dat we ook vormen van erfgoedtaalonderwijs zouden moeten ontwikkelen die rekening houden met kinderen van de vierde of vijfde generatie, voor wie de meerderheidstaal ook de thuistaal is geworden, maar voor wie het behoud van de migratietaal nog steeds belangrijk is. Wat betekent het als kinderen de taal wel begrijpen, maar bang zijn om die te spreken omdat hun eigen omgeving bijvoorbeeld zegt dat hun Turks Duits klinkt? Ik ben ervan overtuigd dat deze volgende generatie steeds vaker discriminatie ondervindt, zowel vanuit de reguliere maatschappij als van oudere migranten, wat vanzelfsprekend hun zelfvertrouwen ondermijnt. Voor mij is het essentieel om erfgoedtaalonderwijs ook voor deze latere generaties open te stellen, om aandacht te besteden aan empowerment en om kinderen te ondersteunen bij het leren spreken.

Bovendien is het belangrijk aan te tonen dat meertaligheid niet betekent dat je twee talen afzonderlijk beheerst als nationale taal, maar dat meertaligheid een flexibel begrip is en dat het bijvoorbeeld prima is om Turks te spreken met een Zweeds accent. Ik zie hier veel potentie. Ook de didactiek van taalbehoud behoeft verdere ontwikkeling, aangezien we nog geen volledig uitgewerkte aanpak hebben.

Is er verder nog iets dat u met ons wilt delen?

Ik wil graag het Goethe-Instituut Zweden bedanken, in het bijzonder Sabine Brachmann-Bosse. Dank voor de zorgvuldige overweging van dit onderwerp en voor de hartelijke uitnodiging. Het was werkelijk fantastisch. Toen ik Tobias vroeg, stemde hij er meteen mee in om ook mee te doen. Tatjana accepteerde de functie ook met groot enthousiasme en daarbij we hadden het grote geluk Clarissa Diekmann als collega te hebben.

Het waren zeer intensieve, maar ook uiterst productieve jaren en ik ben gewoonweg dankbaar dat ik een bijdrage heb mogen leveren en deel heb mogen uitmaken van het team.



Het interview werd afgenomen door Carmen Bozzetta in februari 2026.