Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Tuinstad Piesteritz
Altijd een beetje voor op zijn tijd

Met zijn tuinen en zijn vele groen is de autovrije woonwijk Piesteritz nog steeds een voorbeeld voor stadsontwikkeling.
Met zijn tuinen en zijn vele groen is de autovrije woonwijk Piesteritz nog steeds een voorbeeld voor stadsontwikkeling. | Photo (fragment): © Julius Lukas

Toen de ‘tuinstad’ Piesteritz 100 jaar geleden gebouwd werd, was hij zijn tijd vooruit. Als grootste autovrije woonwijk van Duitsland zou deze plek ook nu nog een voorloper kunnen zijn. Maar de wijk wordt bedreigd. 

Von Julius Lukas

Na de koffie nodigt Reinhardt Mörbt ons uit voor een rondleiding door de fabriekswijk. Al bij de eerste stappen wordt duidelijk wat deze buurt ook nu nog zo bijzonder maakt: dankzij de autovrije straten komen de architecturale finesses helemaal tot hun recht. Het kleurenspel van de gevels en de luiken, het fijne houtsnijwerk van de deuren. “Salvisberg heeft elk detail nauwkeurig gepland”, zegt Mörbt. Bij een gevel duwt hij wat bladeren van een rozenstruik opzij om ons een luikhouder te laten zien die bovenaan versierd is met een vrouwenhoofd. “Zelfs aan dit soort kleinigheden besteedde hij aandacht.”
Bij het echtpaar Wipper neemt de badkuip bijna de helft van de badkamer in beslag. De zon schijnt door het venster van de kleine kamer en laat alles baden in wit licht. “Vandaag is zo een badkuip heel normaal”, zegt Rosemarie Wipper, terwijl ze ons in hun rijwoning rondleidt. Zij en haar man Klaus wonen hier sinds 1997. “Maar vroeger was zoiets een hele belevenis.”

Met “vroeger” verwijst de 75-jarige dame naar het jaar 1919. De Eerste Wereldoorlog was net voorbij en aan de rand van Piesteritz, een gemeente in de buurt van Lutherstadt Wittenberg, was een nieuwe woonbuurt ontstaan die anders was dan alles wat men tot dusver had gezien: de tuinstad Piesteritz. De woonwijk werd vanaf 1916 gebouwd voor de arbeiders van de nabijgelegen stikstoffabriek. Architect Otto Rudolf Salvisberg wilde sociaal wonen combineren met functionele huizen en nabijheid tot de natuur. Hij beoogde harmonie te scheppen tussen werk, vrije tijd en wonen. Een streven dat herinnert aan de ideeën van Bauhaus, maar Salvisberg realiseerde dit in zijn tuinstad nog vóór Walter Gropius de beroemde designschool stichtte.

Het echtpaar Wipper woont al meer dan 20 jaar in de tuinstad. Het echtpaar Wipper woont al meer dan 20 jaar in de tuinstad. | Foto: © Julius Lukas

ONZEKERHEID OVER DE toekomst

Ook nu nog is de wijk waar de Wippers wonen zijn tijd vooruit. Honderd jaar na voltooiing is de tuinstad, ook ‘fabriekswijk Piesteritz’ genoemd, nog steeds een pionier: deze als monument beschermde site is de grootste autovrije woonbuurt van Duitsland én vormt door de vele tuinen en het vele groen als het ware een oase in de stad. Wie hier wil wonen, moet zijn naam op een wachtlijst laten zetten. De tuinstad is echter niet alleen gegeerd, maar ook bedreigd. Met haar 363 huizen is deze historische buurt het voorwerp van speculatie geworden voor grote vastgoedbedrijven. Sinds kort is er weer een nieuwe eigenaar. Wat die met de buurt van plan is, is nog niet duidelijk.

Bij de koffie denkt ook het echtpaar Wipper hardop na over toekomst. De woonkamer op de benedenverdieping van hun rijhuis is smal, maar gezellig en gerieflijk ingericht. Reinhardt Mörbt, een buur die de wijk goed kent, is mee aangeschoven. “Honderd jaar geleden was zo een huis pure luxe”, zegt Mörbt. “De arbeiders die naar hier verhuisden, kenden alleen buitentoiletten aan de andere kant van de tuin.” Een bad in huis, elektriciteit én een tuin, zoiets was modern en zeer gewild.”


Ook Reinhardt Mörbt woont al lang in de voormalige fabriekswijk. Ook Reinhardt Mörbt woont al lang in de voormalige fabriekswijk. | Foto: © Julius Lukas
Dat zo een revolutionaire wijk net in het kleine plaatsje Piesteritz gebouwd werd, heeft alles te maken met de geschiedenis van de stikstoffabriek. En die heeft weer alles te maken met de Eerste Wereldoorlog. Omdat de Britten de toegang over zee geblokkeerd hadden, konden de Duitsers niet langer stikstofhoudend salpeter uit Chili importeren en moesten ze deze voor de wapenproductie zeer belangrijke grondstof voortaan zelf maken. Zodoende verrees in 1915 in Piesteritz op amper negen maanden tijd de nationale stikstoffabriek. En die fabriek had arbeiders nodig. “Ze kwamen van over het hele keizerrijk”, vertelt Klaus Wipper. Eerst woonden ze in barakken. “Maar men wilde de werklui hier houden, samen met hun gezinnen.” Daarom werd de tuinstad gebouwd.


EEN HAVEN VAN RUST IN EEN moderne wereld


Bij het ontwerp van de tuinstad werd ook belang gehecht aan de kleinste details, zoals deze luikhouder. Bij het ontwerp van de tuinstad werd ook belang gehecht aan de kleinste details, zoals deze luikhouder. | Foto: © Julius Lukas Wie hier over straat loopt, waant zich terug in 1919, toen er nog nauwelijks gemotoriseerd verkeer was. De enige geluiden zijn afkomstig van een joggende vrouw en kwetterende vogeltjes. Als rust gelukkig maakt, is de tuinstad zonder twijfel een plek waar men gelukkig kan zijn. 

Op een breed plein blijft Mörbt staan, voor een statig huis. “Hier woonden de fabrieksdirecteurs”, vertelt hij. Wie welk huis in de wijk kreeg, was nauwkeurig bepaald. De kleinste wooneenheden waren voor de gewone arbeiders, meesters woonden op 100 m², en de directeurs verbleven in herenresidenties van 160 m². “De verschillen waren groot”, zegt Mörbt, “maar dat ze allemaal in dezelfde wijk woonden, was voor die tijd echt een zeldzaamheid.”

De tuinstad vormt nog steeds een unieke microkosmos. Ergens tussen de huizen, op een plek met verschillende tuintjes, heeft men zicht op wat er aan de andere kant van de woonwijk ligt. Het verschil kan nauwelijks groter zijn: terwijl in de tuintjes een man rijpe tomaten van de struiken aan te plukken is, rijzen aan de horizon schoorstenen ten hemel, die witte rook uitstoten. Zilverkleurige leidingen glinsteren in de zon: de stikstoffabriek. Wie door de wijk kuiert, vergeet al snel hoe dichtbij het allemaal is.

Vandaag werken er nog maar weinig bewoners van de tuinstad in de grote fabriek. In het agrochemiepark, waar ook de stikstof geproduceerd wordt, werken zowat 1500 mensen. In de bloeiperiode liepen er dagelijks bijna 9000 medewerkers de fabriekspoorten in en uit. De ploegenwissels leken op een volksverhuizing. Destijds, in de jaren 1970 en 1980, was er niet langer vraag naar explosieven, maar naar meststoffen. Piesteritz leverde die aan de landbouw van de DDR. De productie draaide op volle toeren, en dat had ernstige gevolgen voor de tuinstad.

 “Als het ’s avonds donker was, werd al het stof van die dag de lucht ingeblazen”, vertelt Wipper. “Als je op dat moment de was nog buiten had hangen, kon je alles opnieuw wassen”, zegt zijn vrouw. Het vuil dat uit de schoorstenen kwam, was verstikkend voor de tuinstad. “De kleurige huizen verdwenen onder een vieze, grauwe laag”, weet Rosemarie Wipper. “Toch hebben we hier altijd graag gewoond”, zegt Wipper. “Ook al moest je de groenten en het fruit uit de tuin altijd schoonspoelen.”

ARCHITECTURAAL pareltje

In 1986 werd de tuinstad een beschermd monument. Maar de hereniging van de twee Duitslanden luidde een onzekere periode in. Net zoals de fabriek, die bijna de hele productie stopzette, had ook de woonwijk nood aan een investeerder. Na vier bange jaren was het uiteindelijk het Beierse energieconcern Bayernwerk AG dat het historische geheel opkocht. De nieuwe eigenaar investeerde 80 miljoen Duitse mark in de renovatie van de 363 huizen. Wat ook hielp, was dat dit een referentieproject werd voor de wereldtentoonstelling Expo 2000 in Hannover. “Dat zorgde voor veel aandacht en zette druk om de huizen zo getrouw mogelijk in hun originele staat te herstellen”, zegt Mörbt.

De bewoners vertellen vol geestdrift over de periode toen de tuinstad in zijn oude glorie hersteld werd. Ze staken ook zelf de handen uit de mouwen. Huurders staken de koppen bijeen om te bespreken hoe de huizen het best verbouwd konden worden om ze aan de moderne noden aan te passen. De huurderscommissie begeleidde het hele proces. In een van die vergaderingen werd ook beslist om de tuinstad autovrij te houden, weet architect Fritz Hubert. Vandaag kunnen de huurders hun auto’s kwijt op een gemeenschappelijke parking aan de rand van de wijk. Dat ze dan nog enkele minuten moeten stappen, nemen ze er graag bij. Het was ook belangrijk de huur betaalbaar te houden, want Wittenberg kent tegenwoordig een hoge werkloosheidsgraad. Dat alles maakt dat de tuinstad ook vandaag nog aantrekkelijk is voor jonge gezinnen: een huis met een tuin voor een betaalbare prijs, de veilige en kindvriendelijke straten, de groene omgeving …
 

  • Piesteritz is op dit moment wellicht de grootste autovrije woonbuurt van Duitsland. In 1916 wilde architect Otto Rudolf Salvisberg een wijk creëren waar sociaal wonen perfect samenging met functionele huizen en nabijheid tot de natuur; een wijk die tegelijk aantrekkelijk genoeg was om de arbeiders in Piesteritz te houden. Foto (fragment): © Julius Lukas
    Piesteritz is op dit moment wellicht de grootste autovrije woonbuurt van Duitsland. In 1916 wilde architect Otto Rudolf Salvisberg een wijk creëren waar sociaal wonen perfect samenging met functionele huizen en nabijheid tot de natuur; een wijk die tegelijk aantrekkelijk genoeg was om de arbeiders in Piesteritz te houden.
  • Niet alleen de arbeiders van de voormalige stikstoffabriek woonden in de tuinstad, ook de bazen verhuisden naar hier. En dat was nieuw, want in die tijd woonde men toch vooral in verschillende buurten. Foto (fragment): © Julius Lukas
    Niet alleen de arbeiders van de voormalige stikstoffabriek woonden in de tuinstad, ook de bazen verhuisden naar hier. En dat was nieuw, want in die tijd woonde men toch vooral in verschillende buurten.
  • Wie welk huis in de wijk kreeg, was nauwkeurig bepaald. De kleinste wooneenheden waren voor de gewone arbeiders, meesters woonden op 100 m², en de directeurs verbleven in herenresidenties van 160 m². Foto (fragment): © Julius Lukas
    Wie welk huis in de wijk kreeg, was nauwkeurig bepaald. De kleinste wooneenheden waren voor de gewone arbeiders, meesters woonden op 100 m², en de directeurs verbleven in herenresidenties van 160 m².
  • Groen op de voorgrond, rokende schoorstenen op de achtergrond: zo was het al toen de wijk gebouwd werd. Foto (fragment): © Julius Lukas
    Groen op de voorgrond, rokende schoorstenen op de achtergrond: zo was het al toen de wijk gebouwd werd.
  • De tuintjes waren een belangrijk onderdeel van het architecturale plan, en horen nog steeds bij de huurhuizen. Foto (fragment): © Julius Lukas
    De tuintjes waren een belangrijk onderdeel van het architecturale plan, en horen nog steeds bij de huurhuizen.
  • Voor ons een vreemd zicht, in de tuinstad doodnormaal: een autovrije straat in Piesteritz. Foto (fragment): © Julius Lukas
    Voor ons een vreemd zicht, in de tuinstad doodnormaal: een autovrije straat in Piesteritz.
  • Ook de gevels met veel groen zijn hier vanzelfsprekend: tegen sommige gevels groeien rozenstruiken rond de deur, … Foto (fragment): © Julius Lukas
    Ook de gevels met veel groen zijn hier vanzelfsprekend: tegen sommige gevels groeien rozenstruiken rond de deur, …
  • … andere zijn tot boven begroeid met klimop.<br>Een huis met een tuin voor een betaalbare prijs, veilige en kindvriendelijke straten, een groene omgeving: dat alles maakt de tuinstad ook vandaag nog erg aantrekkelijk. Er zijn dan ook lange wachtlijsten. Foto (fragment): © Julius Lukas
    … andere zijn tot boven begroeid met klimop.
    Een huis met een tuin voor een betaalbare prijs, veilige en kindvriendelijke straten, een groene omgeving: dat alles maakt de tuinstad ook vandaag nog erg aantrekkelijk. Er zijn dan ook lange wachtlijsten.

In 1997 bouwden de bewoners zelf een speeltuin. “Het was een gezamenlijk project, waarvoor iedereen werd opgetrommeld”, vertelt Klaus Wipper. Op een weekend waren ze klaar. Maar vandaag ligt het pleintje er verwilderd bij en groeit er gras in de zandbak. “Iedereen doet nu zijn eigen ding, het gemeenschapsgevoel is verloren gegaan.” 
Toch vinden zowel het echtpaar Wipper als meneer Mörbt het nog steeds prettig wonen in dit architecturale pareltje. Al is de speeltuin niet de enige plek die tekenen van verval vertoont. “De vorige eigenaar heeft niet veel naar de huizen omgekeken”, klaagt Mörbt. Er is een serieuze inhaalbeweging nodig. Maar er is hoop: “De nieuwe eigenaar heeft naar het schijnt al werkmannen gestuurd”, zegt Rosemarie Wipper. Zij is vol vertrouwen dat de wijk blijft zoals hij is, en dat er na deze eerste 100 jaar minstens nog eens 100 zullen bijkomen.

Top