Postkolonialisme
Naar elkaar luisteren

 Dansvoorstelling “The Mourning Citizen” van Trixie Munyama in Windhoek
Dansvoorstelling “The Mourning Citizen” van Trixie Munyama in Windhoek | Foto: Themba Dredz Mbuli

In Duitsland woedt het debat over de postkoloniale tijd levendiger dan ooit. Het Goethe-Institut heeft in diverse projecten aandacht voor het postkolonialisme en biedt daarmee een forum aan stemmen uit de herkomstlanden die nog te weinig gehoord worden.

Von Dr. Joachim Bernauer, Daniel Stoevesandt, Philip Küppers


Of het nu op een recent symposium in Senegal is dan wel tijdens de “museumgesprekken” in Zuid-Afrika, Burkina Faso, Rwanda en Ghana, het komt er altijd op neer dat iedereen naar elkaar moet luisteren. Zeker als het gaat om het kritisch verwerken van de koloniale tijd.

MATERIEEL EN IMMATERIEEL ERFGOED

Eind november publiceerden Felwine Sarr en Bénédicte Savoy hun rapport “The Restitution of African Cultural Heritage. Toward a New Relational Ethics”. Vier maanden later organiseerde het Goethe-Institut Senegal samen met lokale partners een symposium met tal van belangrijke gasten. Het symposium droeg de titel “Patrimoine matériel, immatériel et altérité” (“Materieel en immaterieel erfgoed en anders-zijn”) en vond plaats in het Musée des Civilisations Noires. Meer dan 150 deelnemers uit meer dan tien landen debatteerden er over de mogelijkheden, beperkingen en vereisten op het vlak van musea en restitutie. “De uitdaging bestaat erin opnieuw na te denken over het museum en zijn functies, zijn locaties en zijn discours, en het erfgoed terug te winnen, zowel wat betreft de materialiteit als de betekenis ervan”, zei Felwine Sarr in zijn openingstoespraak.

De wijd uiteenlopende bijdragen toonden aan hoe breed men het debat moet zien en hoe belangrijk de uitwisseling is tussen het discours in respectievelijk Afrika en Europa. “Het idee is om die gesprekken ook hier bij ons te voeren, want het gaat erom opnieuw na te denken over de verhouding tussen Afrika en Europa. De debatten die in Europa gevoerd worden, willen we ook hier aan bod laten komen. Vandaar de samenwerking met het Goethe-Institut”, aldus nog Felwine Sarr.
 
Op bezoek bij de Senegalese minister van Cultuur in het kader van het symposium “Materieel en immaterieel erfgoed en anders-zijn”: (v.l.n.r.) Philip Küppers, Francis Kéré, minister van Cultuur Abdoulatif Coulibaly, secretaris-generaal Johannes Ebert, ambassadeur Stephan Röken, Jean-Charles Tall (plaatselijke architect in Senegal). © Foto: Stéphanie Nikolaïdis Op bezoek bij de Senegalese minister van Cultuur in het kader van het symposium “Materieel en immaterieel erfgoed en anders-zijn”: (v.l.n.r.) Philip Küppers, Francis Kéré, minister van Cultuur Abdoulatif Coulibaly, secretaris-generaal Johannes Ebert, ambassadeur Stephan Röken, Jean-Charles Tall (plaatselijke architect in Senegal). Foto: Stéphanie Nikolaïdis

juridische en historische inschatting van het koloniaal onrecht

Het samenbrengen van het discours in respectievelijk Europa en Afrika: dat was ook het doel van het symposium “Colonial Injustice – Addressing Past Wrongs / Koloniales (Un-)Recht und Aufarbeitung” in Windhoek, dat in het bijzonder aandacht besteedde aan de genocide op de Herero en Nama tijdens de Duitse koloniale tijd. Behalve veel Nama en Herero waren er ook Duitstalige en andere Namibiërs aanwezig, naast gasten uit Duitsland, Zuid-Afrika en de VS. Zij waren allen ingegaan op de uitnodiging van het Goethe-Institut Namibië en zijn Berlijnse partners, het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR) en de Akademie der Künste. Onder de aanwezigen waren er heel wat professionals uit de wereld van wetenschap en cultuur, activisme en journalistiek. Onder hen ook Zed Ngavirue, speciaal gezant van de Namibische regering. De panelgesprekken en debatten ging vooral over de juridische en historische inschatting van het koloniaal onrecht van ruim 100 jaar geleden en de rol van de kunsten in het verzoeningsproces. Het symposium werd afgesloten met de dansvoorstelling “The Mourning Citizen” van Trixie Munyama..

Open wonden

Dit symposium vormde een van de weinige gelegenheden waarbij Duitstalige Namibiërs, Nama en Herero elkaar rechtstreeks ontmoetten en over de open wonden uit het verleden praatten. Uit heel wat commentaren bleek dat er voor die uitwisseling tot dusver veel te weinig plaats was. Herero-activist Brian Black beklemtoonde dat men een misdaad van 115 jaar geleden tot nog toe doodgezwegen had. Hij zei ook geen steun te krijgen van zijn eigen regering: de raison d’Etat van Namibië is volgens hem nog steeds gebaseerd op de bevrijdingsstrijd van de Zuid-Afrikaanse bezetters en laat weinig ruimte voor een breed maatschappelijk debat over de Duitse koloniale tijd. 

Het symposium in het Goethe-Institut toonde duidelijk aan dat er nood is aan een intensivering van het maatschappelijk debat. De dialoog binnen Namibië zelf moet versterkt worden en het onderhandelingsproces tussen Duitsland en Namibië heeft nood aan begeleiding. Samen met de Namibische partners worden er nu verdere formats ontwikkeld om het debat over de dramatische gebeurtenissen tijdens de Duitse koloniale tijd op een constructieve manier vorm te geven, bijvoorbeeld via het voorstel van de minister van Onderwijs om er ook aandacht voor te hebben in de geschiedenislessen op Namibische scholen.
 
Johannes Odenthal, Isabel Katjavivi, Nelago Shilongo en Notobeko Ntombela (v.l.n.r.) tijdens het symposium in het Goethe-Institut Namibië  © Foto: Themba Dredz Mbuli Johannes Odenthal, Isabel Katjavivi, Nelago Shilongo en Notobeko Ntombela (v.l.n.r.) tijdens het symposium in het Goethe-Institut Namibië Foto: Themba Dredz Mbuli

Top